Krioelende Beestjes

Uit het boek: "You were so lost - een Reisverslag"

Je moet niet vies zijn van insecten en andere kleine beestjes als je naar Afrika gaat. De meeste mensen hebben zo hun angsten voor muskieten, slangen, schorpioenen en wilde olifanten voor de opening van de tent. Helaas, het laatste avontuur heb ook ik slechts in een stripboek gelezen. Toch heb ik met vele beestjes vriendschap moeten sluiten (al dan niet na een dodelijke marteling van mij).

De eerste vriendjes waren de acht spinnen in mijn kamer, echte joekels die mijn plafond maar al te graag bedekten met webben. Ze hadden trouwens wel een zware klus aan het maken van die webben. Het was er zo stoffig, dat ze elke dag wel opnieuw konden beginnen. Maar dat mocht de pret niet drukken, ze vingen elke dag een groot aantal muggen om hun maagje mee te vullen.

De muggen waren hier niet zo blij mee. Ze waren dat natuurlijk ook niet gewend van blanken, zij halen de spinnen toch meestal weg? Het muskietennet vonden ze ook al niet zo'n leuke uitvinding. Behalve die ene keer dat ik boven in het stapelbed sliep (dus dicht bij het plafond, dus zowat tegen het net) en ze mij met gemak met hun snavel konden bereiken, lukte het ze niet. Verscheidene slapeloze nachten waren het gevolg van op het net op en neer dansende, gefrustreerde muggen, die die kleine gaatjes maar niet groter konden krijgen. Ze namen me dus steevast tijdens het eten onder tafel te pakken.

Gekko's of muurhagedisjes waren daarentegen leuk vermaak. Razendsnel renden ze over de muren van de ene naar de andere hoek. Klein en groot, van zwart tot bijna doorzichtig, vechtend om een stukje dood insect of tikkertje spelend. Spontaan vallen ze nu en dan van het plafond. Miriam ging er pardoes op staan, gil, gekko dood maar z'n staart leefde nog een half uur door. Gekko's vertoonden zich ook graag op de 'toilet'-hutjes, samen met enorme pissebedden en ander groot vies ongemak.

Op een avond stormde Sr. Anastasia haar kamer uit de trap af. Zij is tot ons groot plezier bang voor de normaalste insectuose verschijnselen in Kenya. Uiteraard kon ik mijn nieuwsgierigheid niet bedwingen en stak mijn neus om de hoek. In doodsangst vertelde ze mij dat ze 'iets zwarts' zag en hoorde piepen achter haar bed. Of ik eventjes wilde gaan kijken. Een babybatje, eh, vleermuisje! Z schattig. Ik pakte hem op en nam hem mee naar mijn kamer. Sister durfde, wel met een zo groot mogelijke bocht om mijn kamer, terug naar de hare. Toch wilde ze even kijken in mijn hand wat het nou was. Had ze niet moeten doen, de doodsangst keerde onmiddelijk terug. Dat ik dat beest in mijn hand durfde houden! Op het gegil kwamen veel mensen en het kleine beestje kreeg veel bekijks.
Het was een teer dingetje, hoogst waarschijnlijk z'n moeder kwijt. Het piepte met alle kracht uit zijn lijf, dat volgens mij helemaal uitgedroogd was. Ik gaf hem stukjes brood met wat water, het onderzocht mijn deken van boven en onder. Het was een leuk maatje en ik zou best voor hem hebben willen zorgen. Anne aanschouwde het tafereel en zette het beestje op het dak, ondanks mijn protest. Dit leidde tot een prachtig misverstand met Sister; ze dacht dat het vleermuisbaby'tje in mijn kamer op het plafond zat. Ze had al iemand met bezem geregeld om onze gerova van het ondier te ontdoen, ze schrok zich echter een ongeluk toen ze ontdekte dat het beestje zowat naast haar op het dak naast de trap zat! De volgende ochtend vond ik helaas alleen nog wat afgekloven restjes. De gekko's lusten ook vleermuizen.
In Uganda heb ik eens een boom helemaal vol met vleermuizen gezien. Vanuit het zwembad renden de kinderen direct naar deze bomen toe en gooiden stenen omhoog. Grote lol n een prachtig gezicht als een paar stenen hoog genoeg kwamen en een grote, donkere zwerm uit de slaap opgewekt werd.
Maar het babyvleermuisje werd nog steeds aangevreten, nu door de mieren. Mieren zijn ook zo'n enorme plaag. Ik kon geen dag een fles drinkwater in mijn kamer laten staan of mijn tafel zat onder de mieren. Van verre registreerden zij al het vocht. We hadden wel spuitbussen en schoenen, maar het leek wel of ze in tweevoud terug kwamen.

Elke vrijdag hadden ze geluk, dan was het "Flyday". Zo gedoopt, omdat het elke vrijdag zwermde van de eendagsvliegen. Tegen de avond verschijnen ze, het liefst bij op lichte plekken. Het zijn vieze beestjes met een smerig wit lang lijf. Ze worden steeds minder beweeglijk en liggen op het eind fladderend op de grond. Het ligt dus ook letterlijk vol van die beestjes. En als je dan op ze trapt (waar je echt niet onderuit kan) maakt het een knakkend geluid. Ik heb een hekel aan deze beestjes, vooral nadat ik er n per ongeluk gebakken tussen de friet kreeg... De mieren vonden ze lekkerder, dezelfde avond werden de doden stuk voor stuk langs de muur (via een ongelooflijke omweg trouwens) het mierennest in gedragen.

Het volgend beeld uit het stripverhaal ben ik wl meerdere malen tegengekomen: de safari-ants of safari-mieren. Die marcherende mieren van Walt Disney, netjes in een brede rij, over en door alles heen. Het zijn lieve beestjes zolang je ze niet stoort. Elke stap die je doet moet je secuur zetten. Doe je dat niet, dan voel je het wel! Met hun tanden bijten ze zich in je voet vast. Dan moet je nog maar zien of je veilig uit de in de paniek geraakte rij kan komen. Een heel avontuur was dat nog in Uganda, waar we achter elkaar op een smal pad liepen en over zo'n rij safari-ants moesten. Natuurlijk stapt er wel iemand verkeerd, en als bijna laatste in onze rij had ik pech. De nu zeer aggressieve mieren liepen over een breedte van 2 meter over het pad. Alleen springend konden ik en de laatsten zonder beten hier doorheen komen.

Na de verkiezingen zaten we eens zeven dagen zonder brood. We vermoedden dat president Moi onze broodvoorziening had geboycot, omdat wij, in ons gebied, niet voor hem hadden gestemd. Ik werd het op een gegeven moment zat om elke ochtend zonder eten te zitten, dus ik zat een avond tot ruim na twaalven brood te bakken. Althans, dat probeerde ik. Het leek totaal niet op brood, maar het was tenminste eetbaar. Het was vrij stil, de meesten hadden al het bed opgezocht. Behalve... Ik hoorde wat gerommel in de keuken! Ik ging eens kijken en hoorde dat het uit de voorraadkast kwam. Ik maakte de deur open en zag wat naar boven glippen. Muizen! Ik zei tegen Mary dat er in de la boven de kast een stel muizen zaten en dat ze die er maar eens uit moest halen. Na twee dagen spookte het nog steeds in de kast en ik besloot zelf maar eens die la te legen van wat daar ook in mocht huizen. Anna, Benta, Bettie en Richard stonden klaar met een bezem en ik zette de la buiten neer. Niets gebeurde. Ik tilde een stuk plastic op (een gitaarhoes, bleek later) en ja hoor, we verstoorden, behalve pissebedden en ander gedierte dat niet in een keukenla thuishoort, vijf muizen uit hun slaap, die verward uit de la sprongen en met hun versufte kop tussen de meppen heen probeerden te rennen. Via een gil uit het huis van Chris, die dat muisje met een trap uit hun huis werkte, via een 'toilet'-hutje en andere spectaculaire achtervolgingen op de compound vonden vier van hen de dood. De vijfde had zich bevend verstopt achter de oven.

Kakkerlakken zijn vieze beesten. Ze komen meestal in plagen. Maak je ze dood, krijg je er meer voor terug. Eigenlijk kun je er niet vanaf komen. En ze zitten meestal in keukens en in bedden.

Dit was wat ik van kakkerlakken wist. Ik had ze nog nooit gezien (tenminste, dat dacht ik) en mijn eerste, intensieve, kennismaking met deze beestjes had ik in Uganda. Elke avond hoorde ik ze gitaar spelen en boeken lezen (op de snaren lopen en tussen het papier rommelen). Ik probeerde maar aan het geluid te wennen, want veel zin om op mijn blote voeten (met de kans er op eentje te stappen) naar het lichtknopje te lopen had ik niet. Ik had al verscheidene kakkerlakjachten achter de rug, toen ik op een avond op mijn rug op mijn bed lag, met het licht nog aan. Ik lig nooit op mijn rug in bed, en natuurlijk gebeurt er dan iets. Je ziet ook andere dingen vanuit zo'n gezichtspunt. Ik zag bijvoorbeeld achter mijn hoofd op de muur een kakkerlak omhoog lopen.

EEN KAKKERLAK ???

Met een sprong en een enorme gil was ik uit mijn bed. Ik schrok van mezelf, ik heb nog nooit gegild voor een beest, en zeker niet zoveel en zo hard als die avond! Maar deze was ook wel heel groot, zo groot als een lange middelvinger, en ook nog eens snel, dus dan mag het wel. Gewapend met een vliegenmepper en een spuitbus gingen Heleen en ik hem te lijf. Vreselijk, niet kapot te krijgen dat beest. Na, ik denk, een half uur gillen, springen, spuiten en meppen, hadden we hem plat onder mijn bed. Uitgeput en opgelucht controleerden we tegenover op het bankje of de kreperende kakkerlak ons niet weer zou verrassen met een herrijzenis (zoals hij al enkele malen had gedaan). Zijn duimgrote vriendje verrastte ons wel, hij rende tussen onze voeten door en gillend zaten wij met onze benen in de lucht. Om een lang verhaal kort te maken hebben die nacht heel wat gillen het huis verlaten en zijn we in een mist van spuitbus, volledig uitgeput en verdacht op elk miniem geluidje gaan slapen, getergd door nachtmerries over levensgrote kakkerlakken.


@1994 by Birthe Emily Stuijts
Andere verhalen op het net: Mais, Malaria en Waterperikelen
Wil je meer weten over mijn avonturen in Afrika? Stuur me een mailtje!
Deze en vele andere verhalen zijn verschenen in het nederlandstalige boek
"You were so lost - een Reisverslag".