Waterperikelen

Uit het boek: "You were so lost - een Reisverslag"

Afrika wordt geassocieerd met droogte. Maar hoewel we regelmatig in Pandipieri zonder kraanwater zaten, liet het klimaat ons wat het water betreft zelden in de steek. Elke middag betrok de lucht steevast om half vier en viel het water met bakken uit de hemel.
De vele stortbuien heb ik vaak gebruikt om mijn haar en mijn kleren in te wassen. Ook de pomp heb ik een enkele keer gebruikt om mijn haar mee te wassen. Tussen de emmers door spoelde ik dan mijn haar. De boys gebruikten de pomp ook om zichzelf mee te wassen. Elke avond kon je ze daar in hun blootje met een stuk zeep vinden. Mijn haren waste ik ook al snel met een stuk zeep. Shampoo voor europees haar kon ik niet vinden. Eerlijk gezegd heb ik er ook niet veel moeite voor gedaan, omdat ik zag dat de Kenyanen hun haar ook met zeep wasten. Dus waarom zou ik dat niet kunnen?
Kleren wassen was een ander verhaal. Ik gebruikte in het begin de spullen die ik uit Nederland had meegenomen, net zoals voor mijn haar. Het duurde echter niet lang voordat die op raakten en al snel moest ik beginnen met Omo. Blauw waspoeder in de pakken die in Nederland in de jaren '70 verkocht werden. Behalve Omo heb ik verder alleen een reep gele zeep gezien. Elke ochtend stonden de vrouwen te wassen. Ik hield het bij n keer in de week. Al gauw zag mijn oorspronkelijk fel rode rok er uit als een verschoten lap stof met te weinig knopen en op mijn T-shirts zaten kleurvlekken. Mijn druppelende was hing naast andere was op een dubbele rij van 25 meter lengte. En keer maakte ik een foutje. De lijn was vol en ik wist dat er achter op Twente Plein ook een lijn hing; drie lijnen gespannen tussen de bomen, die wel eens werd gebruikt voor klein spul zoals luiers. Dus ik dacht, die kan ik mooi gebruiken en ik hing mijn shirts, topjes, short, rok en spijkerbroek er op... Direkt nadat ik het laatste stuk had opgehangen, donderde de hele lijn er af en kon ik opnieuw beginnen met wassen, tot grote hilariteit van de anderen, die mij voor de tweede keer water zagen halen!

Douchen was ook een verhaal apart, waar me ook het een en ander van bijstaat. Slechts n keer heb ik van de (koude) faciliteiten van de missiepost gebruik hoeven te maken; wij zaten toen namelijk acht dagen zonder water. Wij boften op onze compound; we waren voorzien van een cementen hok met daarin een kraantje en een heuse douchekop, waar weliswaar ijskoud water uit stroomde. Als er tenminste water was. Was dat er niet, dan moest ik met mijn emmer naar de pomp lopen, in de rij staan en pompen. Meestal zat er een aantal straatjongens om heen die pompten. Ik 'genoot' dan ook meestal van het feit dat ik mzungu was; de boys namen m'n emmer, vulden die en brachten de volle emmer naar het hok. En dan was het een kwestie van spetteren.
Ook de regen was heerlijk als douche. In de korteregentijd betrok het rond een uur of half vier en stortregende het. Na een hete dag was zo'n bui verfrissend, zowel voor de omgeving als voor mijn lijf. In korte broek en topje stond ik zo menigmaal op mijn 'balkonnetje' te genieten van mijn 'douche'. Zo'n harde stroom kreeg ik niet uit onze douchekop!
De heerlijkste douche heb ik toch wel gehad tijdens mijn laatste weekend in de dala van Chris en Teresa. Zij hadden daar niet veel water: ruim een uur moesten ze door de bushbush lopen om bij de rivier te komen. Om alles terug te kunnen dragen, moesten ze een ezel huren. Ik voelde me dus vrij schuldig toen ik in dat water ging douchen. Als het hun zoveel energie en geld kost, dan was ik me maar een paar dagen niet, dat overleef ik wel. Ik was als de dood dat ik het op zou maken en dat ze speciaal voor mij nieuw of meer water moesten halen. Ik kwam er echter niet onder uit. De Afrikanen zijn zeer schoon, althans, de mensen bij wie ik was en ze stonden er op dat ik me zou wassen. Zo stond ik 's nachts in m'n blootje, zonder enige gne, op een stuk mabati met naast me in een ijzeren bak, een soort superwok, heerlijk opgewarmd rivierwater. Onder de sterren heb ik genoten van dit gespetter. Wie mag zoiets meemaken?

Het toilet (of: het gat) is zeker een hele gewaarwording. Hier, in Nederland of Europa zie je ze al in alle soorten en maten, maar in Kenya heb ik daar toch diverse (onsmakelijke) ervaringen mee, die men gelukkig in Nederland niet zo snel zal hebben.
Uiteraard had ik, net als iedereen, in het begin enorme moeite met hurkend alles precies er in te mikken. Bovendien had ik een psychische poepblokkade. Gelukkig lag de eerste oplossing een kwartier lopen van mijn plek: de missiepost waar ze een keramieke pot met zitcomfort hadden, een werkelijk genot. Iedereen in Pandipieri lag in een deuk als ik verklaarde dat ik relaxed mijn krantje of boekje wil kunnen lezen. Onzin-klets-schrijf-schriften, kalenders en posters op de WC was al helemaal een giller!
Na mijn bezoekje kreeg ik altijd een kopje koffie aangeboden, een dure zeldzaamheid, met heel af en toe een Oer-Hollands speculaasje. Het afzien in de slums wat eten betreft werd daar heel goed begrepen en Br. Fons nodigde me dan ook meerdere malen uit om nog een soepje te blijven eten, of de koelkast te plunderen van een bruine boterham, besmeerd met roomboter, met lekkere dikke plakken kaas en schijven tomaat. De gedachte alleen al liet het water uit m'n mond lopen!
Maar ik wijk af van m'n oorspronkelijke verhaal. Al gauw werd de nood te hoog voor het kwartiertje lopen, laat staan rennen, en heb ik mijn psychologische blok moeten doorbreken. Het duurde niet lang voordat ik een ervaren gatganger was.
Ik werd ziek (diarree) en ontdekte al gauw waarom alle Afrikanen zo'n gespierde bovenbenen hebben. Ongelooflijk hoeveel energie het kostte om het gat te bezoeken! En zeker als je diarree hebt, wat toch al elk druppeltje vocht naar buiten neemt, en daarmee ook alle energie. Ik voelde me erna zieker van de uitputting dan van de eigenlijke ziekte!
Gaten, of beter gezegd de putten er onder, raken ook wel eens vol en wat gebeurt er dan? Het wordt een beetje heel erg zichtbaar wat er in ligt. Zo ging ik met de counsellors een dag een wijkbezoek afleggen. Het was heel heet, dus ik dronk vrij veel, en iedereen weet dat de blaas maar een bepaalde hoeveelheid aankan. Zo raakte ook die van mij vol en het enige gat in de buurt was zo'n volle. YUK! Mijn behoefte behoefde niet meer na het zien van een hele berg kronkelende maden!
Ik had dan nog enigszins geluk; op onze compound was een gat in een cementen hok. Op het platteland of in de slums echter, waren deze gaten in een lemen huisje. De grond dus ook van leem. De lemen huisjes worden gebouwd door in een takkenconstructie leem te doen. Wat kan er met zo'n gathuisje gebeuren als het een beetje oud wordt? Mij werd dat heel duidelijk op een paar plaatsen. Bij het eerste gathuisje was er geen deur meer; deze bestond nu uit een aardig korte jute doek. Bovendien moest ik me aan alles vasthouden en zo min mogelijk bewegen, want bij elke beweging die ik maakte, veerde de bodem mee en vielen stukken leem van de muur en de bodem naar beneden. Het andere gathuisje had niet eens meer een deur, ik moest zelf een lap meenemen en voor de deur hangen. Ook dat had niet zoveel zin, want de muren waren z oud dat het meer gat dan leem was. In de bosjes zou het comfortabeler zijn geweest.
Zo was ik ook eens op bezoek bij een familie en weer moest ik het gat opzoeken. Sowieso in de traditionele dala's liggen de gathuisjes buiten de cirkel. Deze ook, ik moest door het geploegde land lopen om er te komen. Het lag aan de rand, tegen de geprikkelde haag, en dan bedoel ik ook tgen. Eerst moest ik me tussen haag en huis wurmen om bij de ingang te komen. Die bleek ook nog eens zo smal te zijn, dat ik er verschillende schrammen en scheuren aan heb overgehouden.
's Nachts is het ook niet makkelijk. In het pikkedonker met een zaklamp en als ik pech had met een kaarsje. Continu concentreerde ik me op de zaklamp (rolt die er niet in) of het kaarsje (als die nou maar niet uitgaat). Maar het gezelschap van de vele gekko's, kakkerlakken, pissebedden, spinnen en ander onderkruipsel maakten mijn bezoek elke keer zeker zo aangenaam...

Hoewel ik een enkele keer genoodzaakt was een masblad te plukken, had ik het iets beter getroffen met toiletpapier, echte zachte roze. Had je een stukje nodig, vroeg je gewoon naar 'Rosy'...
Ik had een krant gekregen uit Nederland. Ik had hem nog niet uit en omdat ik plotseling weg moest, liet ik de krant in de commonroom liggen. De volgende dag wilde ik de krant verder lezen. Wat schetste mijn verbazing om later een volledig aan flarden gescheurde krant te vinden, waarvan enkele pagina's volledig waren verdwenen? Buiten zag ik Anna en John naast elkaar gehurkt op een stuk krant zitten. Zo ontdekte ik dat de kinderen de kranten in de commonroom gebruikten als toiletpapier.

Nu ik dit zo opschrijf, realiseer ik me dat vrijwel elk gatbezoek me nog zo helder voor de geest staat. Vreemde gewaarwording van zo iets dagelijks als een gatbezoek.


@1994 by Birthe Emily Stuijts
Andere verhalen op het net: Beestjes, Mais en Malaria
Wil je meer weten over mijn avonturen in Afrika? Stuur me een mailtje!
Deze en vele andere verhalen zijn verschenen in het nederlandstalige boek
"You were so lost - een Reisverslag".