
Mijn oma van moeders kant, had een neef: Laurs (geb. ca. 1890). Rond de 20-er jaren vertrok hij
naar Washington en trouwde daar een amerikaanse, met wie hij 2 kinderen kreeg: Clarence en Victoria.
Laurs had slechts 1x de kans om een kaartje naar naar huis (Denemarken) kunnen kopen en daar heeft
hij mijn oma’s broer, Anders, gek gemaakt van Amerika. "Iedereen krijgt er werk, er is veel geld
te verdienen, etc. etc."
Anders Vormsborg (geb. 21.6.1894) volgde Laurs op 24-jarige leeftijd naar Amerika en startte daar
een boerenbedrijf. In Amerika leerde Anders, die zich inmiddels Andrew noemde, dat Laurs een hele
gezellige man was, maar niet met geld kon omgaan. Andrew stond 2 keer met zijn hele hebben en
houden borg voor Laurs, en moest 2 keer zijn boerenbedrijf verkopen...
Toch was Andrew succesvol met zijn bedrijf en kwam regelmatig terug naar Denemarken.
In 1933 kreeg de familie opeens bezoek van Amanda. Zij wilde kennismaken met Andrews familie en
bezocht ze 2 weken in Denemarken. Zij leerde de familie gebakken bananen met veel suiker en boter
eten. De familie probeerde uit te vissen of er trouwplannen waren. Andrew gaf geen gehoor aan
nieuwsgierige vragen.
De laatste keer dat Andrew europees grondgebied betrad was in 1939. Het was de bedoeling dat hij
een half jaar thuis zou blijven. In augustus kreeg hij een telegram van de vrijmetselaarsloge
(een gezelschap van mannen, die, als er iemand van hun in nood was, voor de ander inspringen,
en altijd iets over hadden voor de noodbehoevenden) dat hij ervoor moest zorgen zo snel mogelijk
terug naar Amerika te komen vanwege oorlogsgevaar. Een paar dagen voordat de oorlog uitbrak op
30 augustus met de inval van Polen, vertrok Andrew naar Amerika.
De reis duurde 10 dagen per boot. Hij vertrok waarschijnlijk vanuit Kopenhagen, omdat dat de enige
plaats was waar die grote boten konden aanleggen.
Tijdens de oorlog is het contact verloren gegaan, is de familie hem gaan zoeken via Rode Kruis
en andere instanties. Uiteindelijk heeft Aage Post hem einde 40-er jaren gevonden via de
"Motorkantoren".
Aage Post wilde Store Lyngdal kopen, een stuk grond in Denemarken dat nog op naam stond van Andrew.
Andrew, verblind van enthousiasme dat men hem weer gevonden had, en niet wetende wat de
waarde van de grond op dat moment was, verkocht het hem voor een schijntje. De hele familie was
woedend op Aage Post dat hij Andrew zo had beetgenomen. Uiteindelijk heeft het recht zegengevierd
toen Aage Post werde geveld door een boom op Store Lyngdal.
Toen mijn moeder in 1952 met mijn vader, een Nederlander wilde trouwen, en dus naar het buitenland
wilde verhuizen, vonden de ouders van mijn moeder dat heel moeilijk. Ze hadden angst dat ze een
dochter zouden verliezen, omdat zij niet de kans zagen ooit naar het buitenland te gaan.
Mijn moeder schreef Andrew een brief, met het verzoek haar een ruggesteun te geven. Andrew
heeft dit verzoek gehoor gegeven en toen hadden we een andere landverhuizer.
Mijn vader is later de enige geweest die Andrew nog gezien heeft. Hij kon zijn zakenreizen
naar Amerika mooi verbinden met een bezoek aan Andrew. Hij heeft hem in totaal 3 keer bezocht.
Andrew is nooit getrouwd en overleed 3 mei 1976.