
Mijn overgrootvader van vaders kant, Marinus Stuijts (geb. 4.11.1841, ovl. 2.4.1926) had 1 dochter en 7 zonen:
Marinus werd "Pijp" genoemd - omdat hij altijd een pijp in zijn mond had.
Toen het rond de eeuwwisseling steeds moeilijker werd voor ongeschoolden in de
industrialiserende samenleving werk te vinden, vertrok Johannes Baptist als eerste richting
Duitsland, om daar in de mijnbouw te gaan werken. Al zijn andere broers volgden en hebben
gewerkt in de mijnen in Bochum en Dortmund. Het begon als seizoenswerk, maar al goed was
duidelijk dat er in de mijnen meer te verdienen was dan op het land, en werden vrouw en kinderen
overgehaald.
Toen het in Duitsland, zo rond 1910, onrustig werd, vertrokken de meesten van de families
terug naar Nederland naar de mijnen in Limburg. Alleen Johannes Baptist bleef in Bochum
wonen, en Laurentius in Dortmund. Laurentius kreeg op het gebied van de mijnen een stuk grond
en begon daar een tuinbouwbedrijf.
Via een telefoon-CD van Duitsland ben ik in 1995 op het spoor gekomen van en heb ik kontakt
opgenomen met nakomelingen van beiden, die nog steeds in Bochum en Dortmund wonen.